Typ een woord om te zoeken
Aan het eind van deze trede staat wat jullie overhouden aan het werk, weten jullie allebei waarom en waarin, en slapen jullie er allebei rustig van.
De kernvraag
Hoe zetten we aan het werk wat we overhouden?
De openingsscène
Er staat veertigduizend euro op hun spaarrekening, gekomen zonder plan, gewoon door jaren netjes doen. Hij zegt al twee jaar dat ze er iets mee moeten. Zij zegt elke keer: ja, maar straks is het weg. En dan gebeurt er niks. Wat geen van beiden doorheeft: ze hebben allebei gelijk. Want stilstaand geld staat niet stil. Het wordt elk jaar een beetje minder waard, zonder dat er iets gebeurt.
Wie hier staat
Het koppel met het fundament op orde en structureel geld dat stilstaat. Het koppel dat wil beginnen en niet weet waar. En het koppel waarvan er één al belegt, meestal alleen begonnen, meestal zonder dat de ander precies weet wat erin zit.
De twee voeten
Elke trede zet je met twee voeten: wat jullie met elkaar afspreken, en wat jullie met het geld doen.
Voet 1
We beleggen alleen geld dat we de komende vijf jaar niet nodig hebben.
Onze gezamenlijke pot gaat op het tempo van de voorzichtigste van ons tweeën.
Daarnaast heeft ieder een eigen pot, en daar bemoeit de ander zich niet mee.
We schrijven nu op wat we doen als het hard daalt. En als het zover is, zegt niemand "zie je wel".
Elke pot heeft een naam en een jaartal.
We snappen allebei waarin we beleggen. Niet tot in detail, maar wel in hoofdlijnen.
Het gespreksscript is de risicokloof: ieder apart op een briefje (tienduizend belegd, over drie maanden achtduizend: wat doe je, hoe voel je je, bij welk bedrag slaap je niet meer), en dan naast elkaar leggen. Twee mensen hebben nooit hetzelfde gevoel bij risico, en het gemiddelde nemen is de slechtste oplossing.
Voet 2
Negen stappen; de eerste drie gaan over jullie, daarna wordt het praktisch.
Waar is het geld voor: elke pot een naam, een bedrag en een jaartal. Binnen vijf jaar nodig betekent sparen.
De risicokloof en het risicoprofiel: gevoel en draagvermogen apart in kaart, dan samen één verdeling.
Jullie beleggingsplan van één A4: wat, waarom, hoeveel per maand, welke horizon, wat jullie doen als het daalt.
Jullie portefeuille bouwen: hoeveel fondsen je nodig hebt (minder dan je denkt), wereldwijd spreiden, en herbalanceren in de praktijk.
De weg kiezen: zelf doen of laten doen, wat elk kost over dertig jaar, en de aanbieder-check via de AFM-registers.
Rekening openen en inleg automatiseren: vaste dag, vast bedrag, op naam van wie het hoort.
De crashafspraak, getekend, bewaard bij Waar alles staat.
De kijkafspraak, en pensioen erbij: mijnpensioenoverzicht, en hoe er belegd wordt.
Allebei erbij kunnen: binnen tien minuten van elkaar over te nemen.
Een trede telt pas als er twee voeten op staan.
Wat je hier leert
En in de cursus ook
Alles hierboven staat gratis op deze pagina. Dit is wat de cursus eraan toevoegt.
De hele trap
Voordat jullie klimmen, willen jullie weten waar jullie staan. Daarvoor is de Tredentest: 43 vragen, acht minuten, en jullie vullen hem allebei apart in. Hierna weten jullie precies op welke trede jullie staan, waar het schuurt, en waar jullie het verschillend zien. De test is nog in de maak. Zodra hij er is, staat hij hier.
Naar de gratis jaarplanningLiever nu al aan de slag? Begin bij trede 2 met onze gratis financiële jaarplanning voor koppels.
Zeven treden, van het eerste eerlijke gesprek tot weten wat genoeg is. Meer dan 60 lessen met scripts, werkbladen en rekentools, zodat het gesprek niet ontspoort en het deze keer wél af komt. Eén prijs, twee accounts, want een trede telt pas als hij bij jullie allebei staat.
voor de eerste vijftig koppels
Wat erin zit
Wat jullie hierna hebben
Jullie weten allebei waar jullie staan, het systeem klopt voor jullie allebei, er valt niets om als het leven tegenzit, jullie geld werkt voor jullie, en jullie weten wat genoeg is.