Typ een woord om te zoeken
Aan het eind van deze trede kunnen jullie allebei benoemen wat jullie samen overhouden.
De kernvraag
Wat komt er binnen, waar gaat het heen, en wat houden we over?
De openingsscène
Het is de 27e. Een van jullie kijkt op de app en zegt: "Hè, waar is het gebleven?"
En dat is geen retorische vraag. Jullie weten het echt niet. Niet omdat jullie gek doen met geld, want er is deze maand niks bijzonders gebeurd. Maar er is nooit een moment geweest waarop iemand alles bij elkaar heeft gelegd.
Wie hier staat
Het koppel dat denkt dat het al overzicht heeft: er is wel een spreadsheet of een app, maar er is er één van jullie die hem kent. Overzicht dat maar bij één iemand in het hoofd zit, is geen gedeeld overzicht. Jullie herkennen het aan rekeningen die de ander nooit gezien heeft, abonnementen waarvan niemand meer weet waarom, en de vraag "kan dat eigenlijk wel?" waar niemand het antwoord op heeft.
De twee voeten
Elke trede zet je met twee voeten: wat jullie met elkaar afspreken, en wat jullie met het geld doen.
Voet 1
Niks achterhouden. Alles wat op een rekening staat of ergens als schuld loopt, komt op tafel.
Wat er op tafel komt, wordt nooit als munitie gebruikt. Niet vanavond en niet over een half jaar.
We kijken terug, we oordelen niet.
Bij benadering is genoeg.
De munitieregel heeft een herstelzin: "dat was iets van op tafel", en dan stopt het gesprek daar. Die zin spreken jullie nu af, niet straks. De avond zelf is één avond, vooraf afgesproken: eerst de gok, dan inkomsten, vaste lasten, variabele uitgaven, schulden, en dan het getal.
Voet 2
Eén gezamenlijk overzicht, met drie potten: inkomsten, vaste lasten en variabele uitgaven. Geen veertig categorieën.
Eén getal eronder: wat jullie samen overhouden.
Terugkijken over één tot drie maanden, niet vooruitplannen.
Samen invullen aan één tafel. Zodra één iemand het invult en presenteert, is het zijn overzicht geworden.
Het overhoud-getal is ook geldig als het negatief is: dat is informatie, geen oordeel, en trede 4 gaat er precies over.
Een trede telt pas als er twee voeten op staan.
Wat je hier leert
En in de cursus ook
Alles hierboven staat gratis op deze pagina. Dit is wat de cursus eraan toevoegt.
De hele trap
Voordat jullie klimmen, willen jullie weten waar jullie staan. Daarvoor is de Tredentest: 43 vragen, acht minuten, en jullie vullen hem allebei apart in. Hierna weten jullie precies op welke trede jullie staan, waar het schuurt, en waar jullie het verschillend zien. De test is nog in de maak. Zodra hij er is, staat hij hier.
Naar de gratis jaarplanningLiever nu al aan de slag? Begin bij trede 2 met onze gratis financiële jaarplanning voor koppels.
Zeven treden, van het eerste eerlijke gesprek tot weten wat genoeg is. Meer dan 60 lessen met scripts, werkbladen en rekentools, zodat het gesprek niet ontspoort en het deze keer wél af komt. Eén prijs, twee accounts, want een trede telt pas als hij bij jullie allebei staat.
voor de eerste vijftig koppels
Wat erin zit
Wat jullie hierna hebben
Jullie weten allebei waar jullie staan, het systeem klopt voor jullie allebei, er valt niets om als het leven tegenzit, jullie geld werkt voor jullie, en jullie weten wat genoeg is.