Persoonlijke financiën

Toetsingsinkomen uitgelegd: wat telt wel en niet mee voor je toeslagen?

Wat is je toetsingsinkomen en welke inkomsten tellen wel en niet mee?

21 jun 20266 min

Als je toeslagen aanvraagt, vraagt de Belastingdienst om je toetsingsinkomen. Dat ene getal bepaalt of je recht hebt op zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag of kindgebonden budget, en op hoeveel. Toch weten veel mensen niet precies wat ze moeten invullen. Ze vullen hun nettoloon in, of juist hun brutosalaris, terwijl het toetsingsinkomen iets anders is.

Een verkeerde inschatting heeft gevolgen. Schat je te laag, dan kun je achteraf toeslag moeten terugbetalen. Schat je te hoog, dan loop je maandelijks geld mis. In dit artikel leggen we uit wat het toetsingsinkomen precies is, welke inkomsten wel en niet meetellen, en hoe je het voor jezelf vindt.

Wat is het toetsingsinkomen?

Het toetsingsinkomen is het inkomen waar de Belastingdienst naar kijkt bij het berekenen van je toeslagen. Het geldt voor alle vier de toeslagen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag.

Wat jouw toetsingsinkomen is, hangt af van je situatie. Doe je belastingaangifte, dan is je toetsingsinkomen gelijk aan je verzamelinkomen uit je definitieve aanslag inkomstenbelasting. Doe je geen aangifte, dan is je toetsingsinkomen gelijk aan je belastbare loon. In beide gevallen gaat het om een bedrag op jaarbasis, en altijd om een brutobedrag.

Toetsingsinkomen, verzamelinkomen, bruto en netto

Er zijn in Nederland meerdere inkomensbegrippen, en die worden makkelijk door elkaar gehaald. Het helpt om ze uit elkaar te houden.

Je nettoloon, het bedrag dat op je rekening komt, telt niet mee. Je brutoloon staat op je loonstrook, vaak onder de regel "loon voor loonheffing". Dat is het startpunt als je geen aangifte doet. Het verzamelinkomen is de som van je inkomen uit box 1 (werk en woning), box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (sparen en beleggen), na aftrek van aftrekposten. Voor de meeste mensen is het toetsingsinkomen gelijk aan dat verzamelinkomen.

De kern: het gaat om je bruto-jaarinkomen, niet om wat je netto overhoudt.

Wat telt mee

Het toetsingsinkomen kijkt naar je structurele, belastbare inkomsten over het hele jaar, uit alle bronnen samen. Daar vallen onder andere onder:

Je salaris of loon, inclusief vakantiegeld, en eenmalige uitkeringen van je werkgever zoals een bonus of dertiende maand. Ook overwerkvergoeding telt mee. Daarnaast tellen uitkeringen en pensioen mee, en partneralimentatie die je zelf ontvangt. Werk je via een verschillende bronnen, bijvoorbeeld een vaste baan plus een bijbaan, dan worden die simpelweg bij elkaar opgeteld.

Een aandachtspunt is je vermogen. Je spaargeld zelf telt niet direct mee, maar als je vermogen boven de vrijstelling uitkomt, heb je inkomen in box 3, en dat verhoogt je toetsingsinkomen. Veel spaargeld of beleggingen kunnen je toetsingsinkomen dus stiekem opdrijven, ook als je salaris niet verandert.

Wat telt niet mee

Een aantal inkomsten en bedragen telt juist niet mee. Toeslagen zelf hebben geen invloed op je toetsingsinkomen: zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderbijslag hoef je niet mee te rekenen. Dat geldt ook voor een studielening, kindgebonden budget en kinderalimentatie.

Verder telt je nettoloon niet mee, en ook je spaargeld zelf niet, los van het box 3-inkomen dat eruit voortvloeit. Het gaat dus echt om je belastbare bruto-inkomsten, niet om de bedragen die je ontvangt als ondersteuning of als terugbetaling van een lening.

Het inkomen van je partner en medebewoners

Je staat er niet altijd alleen voor in de berekening. Heb je een toeslagpartner, dan telt het toetsingsinkomen van je partner op bij dat van jou. Voor de huurtoeslag telt bovendien het inkomen van eventuele medebewoners mee.

Er is wel een uitzondering die voor gezinnen belangrijk is. Heb je een kind dat jonger is dan 23 jaar, dan telt een deel van het inkomen van dat kind niet mee voor de hoogte van je huurtoeslag. Een thuiswonend kind met een bijbaan zorgt dus niet automatisch voor het verlies van je huurtoeslag.

Een schatting vooraf, een afrekening achteraf

Hier zit een belangrijk mechanisme. Als je toeslag aanvraagt, geef je een schatting van je toetsingsinkomen voor het lopende jaar. Op basis daarvan krijg je elke maand een voorschot. Pas na afloop van het jaar stelt de Belastingdienst je werkelijke inkomen vast op basis van je aanslag.

Wijkt je werkelijke inkomen af van je schatting, dan volgt een correctie. Valt het lager uit, dan kun je een nabetaling krijgen. Valt het hoger uit, dan moet je een deel terugbetalen. Daarom is het verstandig om wijzigingen snel door te geven via Mijn Toeslagen: een nieuwe baan, een salarisverhoging, een bonus of een veranderend inkomen van je partner. Sommige mensen kiezen er bewust voor om hun inkomen iets aan de hoge kant te schatten. Ze ontvangen dan een lager voorschot, maar lopen minder risico op een terugvordering. Het verschil krijgen ze na afloop van het jaar alsnog. Of dat bij jou past, hangt af van je eigen situatie en hoe zeker je inkomen is.

Hoe je je toetsingsinkomen vindt

Gelukkig hoef je het zelden helemaal zelf uit te rekenen. Doe je geen aangifte, dan vind je je belastbare loon op je jaaropgaaf, onder de regel "loon voor loonheffing". Doe je wel aangifte, dan staat je verzamelinkomen op je definitieve aanslag inkomstenbelasting. Let er bij die aanslag op dat het om je inkomen van een eerder jaar gaat, dus je zult moeten inschatten of dit jaar vergelijkbaar is.

Twijfel je, dan biedt de Belastingdienst een rekenhulp waarmee je je toetsingsinkomen kunt bepalen. Dat is doorgaans een betrouwbaarder startpunt dan een eigen schatting uit het hoofd.

Tot slot

Het toetsingsinkomen is geen ingewikkeld begrip zodra je weet waar je naar kijkt: je bruto-jaarinkomen, voor de meeste mensen gelijk aan het verzamelinkomen, en niet je nettoloon. Het bepaalt waar je recht op hebt, dus een goede inschatting voorkomt zowel een terugvordering als het mislopen van toeslag.

Wat in jouw geval precies meetelt, hangt af van je inkomstenbronnen, je vermogen en je gezinssituatie, en de regels kunnen per jaar verschillen. Beschouw dit artikel daarom als uitleg en geen eindoordeel. De rekenhulp en de proefberekening van de Belastingdienst geven je het antwoord dat bij jouw situatie past.

Disclaimer De informatie op deze website is puur informatief en educatief bedoeld. Wij zijn geen financieel adviseurs en de content van Honey, Let's Talk Money mag niet worden opgevat als persoonlijk financieel advies. Beleggen brengt risico's met zich mee, je kunt je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een onafhankelijk financieel adviseur bij twijfel. Alle rekentools op onze website zijn met zorg en enthousiasme gemaakt. Ondanks dat ze nauwkeurig zijn, zijn ze ook indicatief. Er kunnen dus geen rechten aan worden ontleend.

Nieuwsbrief

Elke week geldtips in je inbox

Praktische tips, nieuwe afleveringen en exclusieve content.

5 stappen naar jouw eerste belegging

Gratis stappenplan - Beleggen voor Beginners

5 stappen naar jouw eerste belegging

3 pagina's · PDF · Direct in je inbox

Geen spam, beloofd. Je kunt je altijd uitschrijven.

MEER ARTIKELEN

Lees ook