Typ om te zoeken in alle content
Nieuwsbrief
Praktische tips, nieuwe afleveringen en exclusieve content.
Geen spam, beloofd. Je kunt je altijd uitschrijven.
De Tweede Kamer stemde voor een nieuw Box 3-systeem. Wat verandert er, en wat betekent dat voor wie belegt?
Op 12 februari stemde de Tweede Kamer in met de Wet werkelijk rendement Box 3. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Het is nog niet definitief – de wet moet nog door de Eerste Kamer – maar de impact is groot genoeg om nu al goed te begrijpen wat er verandert, en wat dat voor jou kan betekenen.
Deze blogpost legt het nieuwe systeem uit, zet de cruciale verschillen op een rij en helpt je nadenken over de afwegingen die je kunt maken. Het is geen financieel advies, maar een poging om je beter geïnformeerd te laten nadenken.
In het huidige Box 3-systeem betaal je belasting over een fictief rendement. De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een vastgesteld percentage verdient op je vermogen – momenteel zo'n 6,1 procent op beleggingen – ongeacht wat je daadwerkelijk hebt gemaakt. Heb je 15 procent rendement behaald, dan betaal je nog steeds belasting over dat fictieve tarief. Er geldt een heffingsvrij vermogen van ongeveer 59.000 euro per persoon.
Met de nieuwe wet ga je belasting betalen over het werkelijk behaalde rendement. Dat klinkt eerlijker, maar er zit een fundamenteel verschil in: het gaat om vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat je belasting betaalt over ongerealiseerde winst – winst die je op papier hebt, maar nog niet hebt uitgekeerd of verkocht.
Stel: je aandelen zijn in een jaar met 10.000 euro in waarde gestegen. Je hebt niets verkocht, niets ontvangen. Toch moet je over die papieren winst belasting betalen.
Het tarief is 36 procent. Er geldt een heffingsvrij inkomen van 1.800 euro per persoon per jaar – een stuk lager dan de huidige heffingsvrije voet van bijna 59.000 euro.
Het nieuwe systeem is van toepassing op aandelen, ETF's, obligaties, fondsen, crypto, derivaten en opties, maar ook op spaar- en banktegoeden. Uitzonderingen zijn er voor vastgoed buiten de eigen woning en aandelen in startups en scale-ups; die vallen onder vermogenswinstbelasting en worden pas belast bij verkoop.
De meeste Europese landen hanteren vermogenswinstbelasting: je betaalt pas belasting op het moment dat je een belegging daadwerkelijk verkoopt en winst realiseert. Zelfs landen met relatief hoge tarieven, zoals Denemarken, passen dit uitsluitend toe op gerealiseerde winst.
Nederland kiest met de vermogensaanwasbelasting voor een aanpak die vrijwel nergens anders in Europa wordt gebruikt. Dat is niet per se doorslaggevend, maar het internationale perspectief is relevant als achtergrond bij je eigen beoordeling van het systeem.
Het kabinet heeft overigens aangegeven dat de vermogensaanwasbelasting bedoeld is als tussenstap richting een volledige vermogenswinstbelasting. Er is zelfs een motie aangenomen die het kabinet verplicht om uiterlijk op Prinsjesdag 2028 een alternatief voor te stellen. Dat is opvallend: het systeem dat er nu doorheen is gegaan, draagt al bij voorbaat de verwachting van een vervolgwijziging in zich.
Het meest tastbare probleem van vermogensaanwasbelasting is de liquiditeitsvraag. Je papieren winst is geen geld op je rekening. Toch moet je er wel belasting over betalen. Als je portefeuille dit jaar flink gestegen is maar je niets hebt verkocht, moet je die belasting ergens vandaan halen. Dat kan betekenen dat je een deel van je beleggingen moet verkopen om de aanslag te voldoen.
Verliesverrekening werkt onder het nieuwe systeem alleen voorwaarts. Stel: in 2028 betaal je belasting over een papieren winst. In 2029 maakt je portefeuille een vergelijkbaar verlies. Je krijgt de eerder betaalde belasting niet terug. Je mag het verlies alleen verrekenen met toekomstige winst. Het risico van marktschommelingen wordt zo eenzijdig bij de belegger neergelegd.
Er is nog een extra complicatie. De ingangsdatum van het nieuwe systeem is 1 januari 2028. Verliezen die je nu of in 2026 en 2027 maakt, tellen niet mee als startpunt. Je begint op nul – ongeacht wat er in de jaren daarvoor is gebeurd.
Inflatie tast de koopkracht van je vermogen aan. Als je beleggingen 3 procent stijgen terwijl de inflatie ook 3 procent is, is er per saldo geen sprake van reële groei. Toch betaal je in het nieuwe systeem gewoon 36 procent over die 3 procent nominale stijging. Een inflatiecorrectie zit er niet in.
Beleggen voor de lange termijn werkt mede dankzij het rente-op-renteeffect: winst die je niet opneemt blijft werkzaam in je portefeuille en groeit mee. Wanneer je elk jaar een deel van je winst moet verkopen om belasting te betalen – zelfs als je liever niets verkoopt – wordt dat effect aangetast.
Een rekenvoorbeeld: met een startbedrag van 10.000 euro, een maandelijkse inleg van 300 euro en een verwacht rendement van 8 procent over twintig jaar, levert het nieuwe systeem je naar schatting ruim 23.000 euro minder op dan het huidige. Dat verschil neemt verder toe bij hogere vermogens. Dit zijn uiteraard modelberekeningen en geen garanties, maar ze geven een idee van de schaalgrootte.
Eerst iets belangrijks: het is nog te vroeg om grote beslissingen te nemen. De wet moet nog door de Eerste Kamer. Er zijn serieuze aanwijzingen dat het systeem voor 2028 nog zal worden aangepast of vervangen. Overhaaste stappen op basis van onzekere wetgeving zijn zelden verstandig.
Dat gezegd hebbende, zijn er een aantal richtingen die veel mensen op dit moment onderzoeken. Geen van deze opties is universeel de juiste keuze. Of ze relevant zijn, hangt af van jouw persoonlijke situatie, vermogen, doelen en bereidheid om tijd en energie te investeren.
Je strategie heroverwegen voor de overgangsperiode De ingangsdatum van 1 januari 2028 geeft je nog twee jaar. Voor sommige beleggers kan het zinvol zijn om naar de samenstelling van de portefeuille te kijken, met name bij posities die nu diep in de min staan. Afscheid nemen van verlieslatende posities kan pijnlijk zijn, maar in sommige gevallen is het verstandiger dan later belast te worden op herstel van dat verlies.
Een beleggingsbv als alternatief Beleggen via een besloten vennootschap valt niet onder Box 3, maar onder Box 2. Binnen een BV geldt in principe vermogenswinstbelasting: je betaalt pas belasting bij realisatie. Nadeel is dat er dubbele belasting meespeelt – in de BV zelf en bij uitkering naar privé – en dat er aanzienlijke administratieve verplichtingen bij komen kijken. Dit is geen maatregel voor iedereen, maar een optie die voor sommige situaties de moeite waard is om nader te onderzoeken.
Vastgoed Vastgoed (buiten de eigen woning) valt als uitzondering onder vermogenswinstbelasting. Of dat vastgoed aantrekkelijker maakt dan aandelen of crypto in Box 3, hangt af van veel factoren – en van drempels die bij vastgoed nu eenmaal hoger liggen.
Pensioenbeleggen optimaal benutten Pensioenopbouw via een bankspaarrekening of lijfrentepolis valt grotendeels in Box 1. De premies zijn fiscaal aftrekbaar – afhankelijk van je situatie kun je een significant deel terugkrijgen via je aangifte. Je hebt elk jaar een fiscale ruimte die je kunt berekenen op basis van je pensioenopbouw via een werkgever. Dit is een route die onafhankelijk van Box 3-wetgeving de moeite waard is om te kennen.
Deze blogpost is geen oordeel over of de wet rechtvaardig is. Het is ook geen aansporing om snel te handelen of om voor een specifieke aanpak te kiezen. Financiële keuzes zijn persoonlijk en hangen af van jouw situatie, doelen en risicobereidheid.
Wat verandert is duidelijk. Wat de juiste reactie is, is dat niet. Dat vraagt om je eigen afweging, eventueel met hulp van een financieel adviseur die jouw situatie kent.
De nieuwe Box 3-wet introduceert een belasting op ongerealiseerde winst. Dat roept terechte vragen op over liquiditeit, verliesverrekening, inflatie en het effect op langetermijn vermogensopbouw. De impact is voor veel beleggers reëel en substantieel.
Tegelijkertijd staat de wet nog niet vast. Er zijn aanwijzingen dat het systeem voor 2028 opnieuw zal worden herzien. Dat maakt het des te verstandiger om de ontwikkelingen te blijven volgen, goed geïnformeerd te blijven en voorlopig geen onomkeerbare stappen te zetten.
Inzicht is waardevol. Haast is dat zelden.
Disclaimer — De informatie op deze website is puur informatief en educatief bedoeld. Wij zijn geen financieel adviseurs en de content van Honey, Let's Talk Money mag niet worden opgevat als persoonlijk financieel advies. Beleggen brengt risico's met zich mee — je kunt je inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek en raadpleeg een onafhankelijk financieel adviseur bij twijfel.
Nieuwsbrief
Praktische tips, nieuwe afleveringen en exclusieve content.
Geen spam, beloofd. Je kunt je altijd uitschrijven.
MEER ARTIKELEN